Regelmatig hoor ik deelnemers van mijn workshops verzuchten waarom ze toch eigenlijk oordelen over anderen. Waarom ze eigenlijk niet gewoon zeggen hoe ze zich voelen en wat ze nodig hebben. Dat is toch veel duidelijker, makkelijker en effectiever? En zo blijf je ook nog eens beter in contact. Waarom oordelen we eigenlijk?

Snel oordelen was ooit nodig en zit nog steeds in ons als we stress hebben

Toen we nog jagers en verzamelaars waren, was het nodig om snel te oordelen om in te schatten of we veilig waren. Was die bruine vlek in de bosjes en leeuw? Was die schaduw een beer? De situatie analyseren redde ons leven. Zo hebben we ons als mens ontwikkeld tot een wezen dat aannames doet, interpreteert en snel zijn oordeel klaar heeft. Als we stress ervaren, schieten we weer in dat deel van ons prehistorische brein en oordelen we sneller over situaties, anderen en onszelf. We willen dan vaak ook snel een oplossing en daarbij lijkt het gemakkelijker en effectiever om te oordelen. Met een oordeel vereenvoudigen we de situatie immers voor onszelf, zodat we informatie sneller kunnen verwerken.

We doen het van jongs af aan en krijgen het met de paplepel ingegoten

Toen we jong waren was oordelen fijn om de wereld te begrijpen. Er zijn goeierikken en slechterikken. Heel duidelijk en gemakkelijk om anderen (en onszelf) in deze twee groepen in te delen. Sprookjes, films en games leren het ons ook. Er is altijd een goeierik die strijd voor het goede en een slechterik die bestreden moet worden. Er is ‘wij’ en er is ‘zij’. Wij zijn meestal de goeierikken en ‘zij’ de slechterikken (we vergeten wel eens dat de andere partij er net zo overdenkt). De goeierikken mogen de slechterikken bestrijden. Dat we als volwassenen vaak nog steeds zo denken, zie we in de wereld om ons heen.

We zitten in ons hoofd

Oordelen zitten in ons hoofd. Het zijn positieve of negatieve gedachten over anderen of onszelf. In onze Westerse maatschappij wordt vaak gezegd dat we in ons hoofd zitten. Dat is niet zo vreemd, want hierin trainen we onszelf ook. Op school ligt de nadruk op cognitieve vakken als rekenen en taal. We doen werk waarbij we veel moeten denken. Hierdoor verliezen we soms de verbinding met ons lijf en met onze gevoelens en behoeften. Bovendien hebben we hier soms ook oordelen over. Het tonen van gevoelens is zwak en behoeften hebben is egoïstisch. Analytisch denken is juist een competentie en wordt gewaardeerd.

Een oordeel is een belangrijke boodschapper

Onze oordelen zijn signalen dat er iets aan de hand is. Je oordelende gedachten zijn als het ware de lampjes op je dashboard die knipperen om je te vertellen dat je iets nodig hebt dat belangrijk voor je is en dat je dat nu mist. Vaak zitten deze behoeften ook al in je negatieve gedachten over anderen of jezelf verborgen. Denk bijvoorbeeld aan oordelen als ‘respectloos’, ‘oneerlijk’ of ‘onduidelijk’. Hierin zitten de behoefte aan respect, eerlijkheid en duidelijkheid verstopt. Zo kun je ook gaan kijken welke behoeften er achter andere oordelen zitten.

Ik hoop dat dit artikel je helpt om te begrijpen waar je oordelen vandaan komen en mild naar jezelf te zijn als je weer eens oordeelt (dus in dat geval niet meteen een oordeel over jezelf klaar te hebben). En vooral om je oordelen te vertalen naar behoeften, want zo is de kans groter dat je krijgt wat je nodig hebt. En blijf je waarschijnlijk ook nog eens beter met anderen in contact. Ik ben benieuwd naar je ervaringen. Wil je ze hieronder delen?

Leave a Reply